"Zonder Peter Vos was ik geen tekenaar geworden"
P E T E R V O S 1935 -2010

Ieder mens is uniek, een goede portrettekenaar zal in staat zijn het eigene van een gezicht nog aan te zetten. Zoals wij van elkaar verschillen, zo verschillen ook olifanten, mussen en muggen van elkaar. Dat iemand gelijkende nano-portretten van individuele muggen kan maken lijkt uitgesloten, maar wonder boven wonder was er een tekenaar die dat bij mussen wel lukte. Deze Nederlandse tekenaar heette Peter Vos.
Vos hanteerde een veelvoud aan stijlen, waarvan zijn sprokkeltekeningen het meest 'eigen' zijn: zoals een vogel met takjes een nest bouwt, zo bouwt Vos met streepjes een tekening op; met een kreukeligheid, die doet denken aan de tekenstijl van Hokusai. Veel hebben ze gemeen, maar dankzij zijn intelligentie, humor en melancholie beschikt Vos over een groter palet. Je zou kunnen zeggen dat Vos niet de man is van het grote gebaar; dat zijn werk kracht, swung ontbeert, maar dat is bedrieglijk: omdat Vos miniaturen maakte, lijkt dat maar zo. Bij nadere beschouwing culmineert zijn hagelslagstijl in de meest lyrische penvoering die een tekenaar kan hanteren: spetterende, Van Goghachtige fonteintjes van tekenplezier. Vos' oeuvre bestaat uit getekende poëzie.
Vos haatte artistiekerigheid. Zijn werk mocht geen kunst genoemd worden. Maar wij laten ons niet in de maling nemen.
Veel hedendaagse tekenaars zetten zichzelf aan en nooit meer uit. Eigenlijk maken ze in hun hele leven maar een tekening. Aan onderzoek, experiment of verdieping van hun oeuvre wordt, alleen al om praktische redenen, niets gedaan. Reproductie is een gevaar. Wij worden als imitatoren geboren, en ook het reproduceren van eigen werk is imitatie. Het kinderlijke genoegen iets te beheersen zal er niet vreemd aan zijn, maar het is wel het tegenovergestelde van wat kunst zou moeten zijn. Veel van deze tekenkunstenaars worden omarmd door de media of het grote publiek. Denk aan Poortvliet. Maar ook aan een Gummbah, of aan een Kamagurka. Een Dick Bruna. Zij zenden licht uit, maar werpen ook een schaduw.
Laten we voor de aardigheid eens licht werpen op een tekenaar die zichzelf wel uitzette. Ook al was haar talent ver boven alle andere vrouwelijke tekenaars verheven. Wat heeft Lian Ong (zoek haar op internet op) bewogen om voorrang te verlenen aan collega's die onmacht als kracht presenteren? Een onbegrijpelijke stap terug, maar ook een schande: klaarblijkelijk is Nederland er niet in geslaagd Ong voor de tekenkunst te behouden. Wat zegt dit?
Tekenen is in de eerste plaats onderzoek, vertaling. Klank is vorm: welke tekenklank geeft de vorm optimaal weer? Kunst is: een probleem verzinnen dat niet bestaat en op zoek gaan naar een niet bestaande oplossing. Een open eind niet aan elkaar knopen. Over een open eind geproken: in de media is aan het overlijden van de grootste tekenaar die we ooit hebben gekend minimale aandacht besteed. Geen compleet overzicht, geen Vosmuseum, niet eens een website. Alleen een Wenckebach en een Woldhek benaderen zijn vakmanschap. Het is zonneklaar dat Wenckebach de grootste Nederlandse tekenaar was. Maar een monografie? Vergeet het maar.
Nederland is een klein land dat doet denken aan een soepbord. Schuin gehouden zakt alles naar één kant. De andere kant staat onveranderlijk droog.

JV

Rechtsboven: Hokusai, een detail. Hiernaast: Joost Vos, een pastische. Zogenaamd statieportret van Peter Vos, door Veerkamp. (eerder gepubliceerd in NRC-Handelsblad).