Op dertig september 2015 stierf Albert Siebelink, een van de aardigste en fanatiekste Veerkampverzamelaars.

Zijn overlijden is aanleiding om uit te leggen hoe belangrijk het voor een maker – van wat dan ook – is, om gewaardeerd te worden, in die zin dat het stimuleren van kunst eigenlijk niet alleen vliegwiel of startmotor is, maar dat eigenlijk het complete vehikel haar bestaan eraan dankt. Nu waren de klinkende verdiensten van Albert op muzikaal gebied duidelijk en helder, maar over het verzamelgebied van de beeldende kunst, en dan specifiek mijn klare lijn, valt meer te zeggen.

Er zijn uiteraard allerlei soorten verzamelaars; grote en kleine, en niet te vergeten de filatelisten, de trouwe zegelspaarders.

Een buitencategorie vormen zij, die terugslaan met hun eigen creativiteit: elders op deze site treft u indrukwekkende voorbeelden aan. Sommige verzamelaars zijn louter afwachtend, en een aantal prefereert een persoonlijk duwtje van de kunstenaar in de rug: een soort contra-aandacht. Daar was bij Albert geen sprake van. Hij zag er niet alleen zo uit, maar hij was werkelijk de boom op de bergtop. Op bevestiging van zijn goede smaak, ook door de maker zelf, zat hij niet te wachten.

Hij was de directeur van de Tiburgse stichting Kultoer, een kwetsbaar, hybride, bijna onbestaanbaar begrip: één relativering te veel, en de boel ligt in scherven. Een schitterende naamvondst: kultoer is werkelijk een toer, strijd, onbegonnen werk, euforie en mislukking, kortom: pogen.

Dat omschrijft ook mijn streven. Pogingen, die vaak pas na langere tijd – voortschrijdend inzicht – worden wat ze in eerste instantie hadden moeten zijn. Elke nieuwe afdruk van een prent verlicht een stukje van de blinde vlek door inzicht, de allereerste druk nog het meest, maar wat nu als niemand die eerste, naar later blijkt – min of meer mislukte – prent afneemt? Komt het proces dan überhaupt op gang? De verkoop van de eerste prent aan Albert, die er altijd als de kippen bij was,  heb ik als meer dan essentieel ervaren, nog afgezien van het feit dat hij jarenlang mijn site in de gaten hield, wat op zich al een heiligverklaring verdient.

Ik moet er, met andere woorden, op aandringen dat verzamelaars in leven blijven, met name de klare lijn fans, meer precies: de liefhebbers van mijn werk. Dat gold vooral de onsterfelijke Albert Siebelink.

Joost Veerkamp

PS: Ook onsterfelijk in die zin dat Albert postuum zijn eigen bier(merk) krijgt: Het Zwarte Boebusbier, een vermomd haargroeimiddel op basis van warmte, genegenheid en hoop, niet te verwarren met hop. Inmiddels is een speciale luxe-uitgave van dit zogenaamde BOEBUSBIER verkrijgbaar. Meer informatie vindt u hier.